Blog 14-01-19

14-1-19  Adem.  Het jaar is alweer veertien dagen onderweg… Kerst en Oud & Nieuw lijken lang geleden. En dat terwijl ze zo intens waren. Vreemd, hoe dingen gààn. Èn komen! Ik denk even aan Shaffy. Die keek alléén maar vooruit. Slimme filosofie. Althans, voor het grootste deel dan.

Eén januari had ik nog dienst voor Brijder, moest om 16 uur een dame zonder rem op de alcohol  opnemen in de Brijder kliniek van Hoofddorp. De dag erna naar Venlo met het gezin. We boeken elk jaar een hotelletje, met bos, binnenzwembad, we schaatsen in centrum Venlo, bezoeken een vriend. Adem. Teruggekomen, meteen een eerste privéfeest in Culemborg. Samen met Guido Weijers en Maarten Peters. Ik nam Maria en Marco mee op viool en accordeon. Guido deed een mooie monoloog over Geluk. En citeerde Aristoteles. We willen 3 dingen: 1. genot 2. een goed leven op langere termijn en 3. iets betekenen: nuttig leven. Bedankt voor het overzichtje Guido!

Op een woensdagmorgen fiets ik naar een hospice. De moeder van vrienden van me gaat binnenkort hemelen. Zij was vaak bij optredens in café Luxembourg, waar haar te vroeg overleden dochter ook altijd bij was. We bleven altijd verbonden door haar. Ik ben een georganiseerde verrassing, speel een paar liedjes aan een piano als ze beneden wordt gereden in haar bed. Ze lacht en dirigeert. Met de weinige adem die de lieve en positieve vrouw resteert, vertelt ze haar fotograferende zoon dat er geen wifi is. Smartphone in de hand. Midden in het leven. Bij het afscheid zeg ik hand in hand: ‘goede reis…’ en het is goed. Buiten huil ik een beetje voor een stoplicht bij de V.U. De vrouw is gerust: ze gaat haar dochter weer zien.

Ik spreek later regisseur Erris voor het volgende theaterseizoen, zie met Hanneke Ronald Snijders in de Kleine Komedie, ga met mijn vader (90) en zijn vrouw Marijke (Parkinson) mee naar de neuroloog, ontdek in Woerden een veelbelovende en enthousiasmerende therapie voor mijn LMSP patiënten.

Vrijdag 10 zing ik Frans aan een Utrechtse dinertafel vol echte Fransen, wat ineens toch een lichte druk geeft, waardoor ik extra op m’n uitspraak ga lopen letten en de tekst juist daardoor bijna kwijtraak. Maar ze zijn enthousiast. Ik geef na vier liedjes mijn gitaar aan een gast naast me, een andere Gérard, die wat hilarische volksliedjes doet (zijn eeltloze vingers branden, hij had drie jaar niet meer gespeeld) zodat ik even een boeuf Bourgignonnetje wegtik. Ik veeg m’n vingers af aan een wit servet, spoel m’n mond met twee centimeter Beaujolais, denkend hoe zwaar het leven van een muzikant is, en doe nog twee – vol meegezongen – chansons.  Ik skip Laat me/Vivre. De feestreden is vieren van het leven in mooie momenten. Momenten met opdrachtgeefster’ s vader, die onbehandelbaar ziek is, die af en toe kucht en bij het verplaatsen bijna valt omdat hij zijn slangetje aan de zuurstof vergeet, net zoals zijn naderend einde: hij lacht vooral. En zingt.  We nemen in wederzijdse dankbaarheid afscheid.  Van een tafereel dat bij jou thuis kon zijn, bij mij thuis kon zijn.

Ik pak de bus, vlak voor de deur naar CS. In de trein naar huis beantwoord ik digitaal nog wat  drugsvragen die waren blijven liggen. Over GHB en narcose, over XTC en antibiotica, over cannabis en hartkloppingen, over speed en slaapstoornissen, over roken en de lucht die we inademen. Ik kijk met een zuchtje uit het raam. Het leven is bont.

  #vivelamusique