“Verslaving en muziek.” Artikel in Tijdschrift voor Verslaving, 2006.

Verslaving en muziek – Gerard Alderliefste 

Dinsdag 23 september j.l. had ik het genoegen om samen met de iconen Ramses Shaffy en Liesbeth List, plaats te nemen in de studio van radio II te Hilversum. Het betrof een kort interview dat radiopresentator Frits Spits (wie kent hem niet?) met ons hield rond het verschijnen van de nieuwe single Laat me/ Vivre, in zijn programma Tijd voor Twee. Deze plaat is het resultaat van een spontane samenwerking tussen de genoemde iconen en mijn band Alderliefste. Frits Spits vroeg mij, nadat Ramses aangaf tot z’n dood met muziek te willen en moeten doorgaan: “Gerard, jij bent verslavingsarts, hoe zie jij dat?”. Waarop ik niets meer of minder kon antwoorden: “Dit is de beste verslaving die je je maar kunt bedenken.” Het zette me weer even aan het denken: bestaat dat, verslaving aan muziek? Of is het beter te spreken van: verslaving en muziek? Zelf ervaar ik wel enige DSM-V symptomen rond muziek maken: vijf keer in een week spelen gaat op werk lijken en geeft gewenning/uitdoving van het plezierige effect. Maar als ik na een vakantie voor het eerst met m’n vrienden op het podium sta, voelt het weer als nieuw! Na weken van ‘abstinentie’ krijg ik altijd last van een sterk verlangen om weer te spelen. Mateloos doorgaan ken ik ook: zet me op een verjaardagsfeestje achter een piano en het kan oeverloos doorgaan, de beloning uit de groep opslurpend. Ook thuis kan ik een paar uur achtereen spelen, de tijd vergetend, alsmede de vloer die nog gezogen moest worden. Ernstiger sociale teloorgang echter is mij vreemd, maar risico’s nemen: ja! Wetend dat het aantal decibellen dat we produceren m’n slakkenhuis vernietigt en verdringend dat ik morgen om 07.00 uur op moet staan, kies ik toch voor de korte termijn ervaring van het genot, dat optreden met muziek me geeft. De bevrijdende sensatie die spelen kan geven na een zware werkdag of een zorgelijke dag, maakt me mogelijk hooguit een ‘probleemspeler’, maar zeker geen muziekverslaafde, net zo min als Ramses dat zou zijn. Verslaving aan middelen in de scene van de muziek is echter een ander verhaal. De ‘uppers’ die een gesloopte muzikant nog meer kunnen slopen, de joints ter inspiratie, de spreekwoordelijke alcohol… De prijs van het succes, de tol van de roem, de manager boekt door, de kassa rinkelt: moeheid en stress mogen niet gevoeld en getoond worden. Een goede voedingsbodem voor de zaadjes der cocaïne of amfetamine (Presly, Brood). Heel even moet ik denken aan mijn bezorgde moeder van vroeger: “Kijk uit dat ze niets in je drinken doen!”. Het vooroordeel wordt een lachertje als je die scene vergelijkt met de keurige grand-cafe´s en huwelijken waar we altijd gespeeld hebben… Het klassieke ‘Te gek nummer! Mooi likkie! We maken een plaat!’ onder een cannabisdeken in een oefenruimte heeft ook meestal niet tot succes geleid, maar de beleving is er wel en kan mensen mooie momenten bezorgen, mits op waarde geschat uiteraard. Ernstiger lijkt me de drank. Het hele feest milieu waar bands worden gevraagd te spelen, is doordrenkt met alcohol. Het maakt het beroep musicus in zekere zin een risicovak, net zoals werken in de horeca of in de scheepvaart. Dus als pianist in een café op een booreiland, heb je statistisch een goede kans op leverschade… Interessant wordt het als je probeert persoonlijkheidstrekken te vinden bij musici − of breder bij artiesten − die tevens te diep in het glaasje kijken, dan wel fervente gebruikers zijn. Als ik om me heen kijk zie ik, dat zowel het middel als de muziek, een nare werkelijkheid kan doen vergeten. Genuanceerder kan je ook veronderstellen, dat een pijnlijk verleden of dramatische geschiedenissen, zowel de creativiteit als het consumptiegedrag kunnen bevorderen. Hoe welgemeend kan je ‘Laat me m’n eigen gang maar gaan’ zingen, als bindingsangstige, in de steek gelaten mens, of hoe pijnlijk: ‘You broke my heart’ als je ’s ochtends gedumpt bent door je vriendin? De mooiste nummers schrijf je uit emotie. Je kunt dagen zitten wachten op inspiratie, maar een nieuwe verliefdheid doet alle verloren tijd weer inhalen en het wonder der schepping gebeuren. Zo wreef de manager van de band ‘Van Dik Hout’ in zijn handen als er weer een relatie verbroken werd: “Ah, dat wordt weer een mooi nummer erbij!”. Op ons eigen Franstalige album Je maintiendrai staan ook de nummers: ‘Je cours vers toi’ ( Ik ren naar je toe) en ‘Je me demande’ (Ik vraag me af, moeten wij het weer proberen?) om maar een paar voorbeelden van polaire emoties op één plaat te noemen.
Nog zoiets: muziek als automedicatie? Hoe komt het dat een concentratiegestoorde, overactieve persoon dusdanig kanaliseert in de mathematische vierkwartsmaten en zelfs ‘layed-back’ kan spelen? Krijgen de ontremde neuronen een richting aangeboden door Bach’s études? Ik denk het wel, me veroorlovend een tipje van de sluier der muziektherapie op te lichten, er zijn voorbeelden genoeg. Het wordt complex als je de bijdrage van het musiceren op zich, het samenspelen met anderen (een nieuwe kick) en het spelen voor publiek op waarde probeert te schatten. Hoeveel zangers en zangeressen blijken eigenlijk super verlegen van aard te zijn? Welke overwinning wordt er behaald door even op dat podium te gaan staan? Welke erkenningsbehoefte wordt er vervuld? Boeiende vragen vind ik, die voor een ieder een individueel antwoord zullen opleveren. Het zou goed waar kunnen zijn, dat er ook endorfines worden aangemaakt door muziek en applaus. Maar als ik elke week wéér passie voel, en als Ramses zegt: “Ik krijg liefde uit de zaal”, dan zeg ik graag nog eens: “Muziek is de mooiste verslaving die er is.”

Verslaving (2006) 2:44–45 45