Shaffy Avond

Shaffy Avond

In het tiende sterfjaar van Ramses Shaffy (29/8/33 – 1/12/2009) organiseert Alderliefste producties een toegewijde Shaffy avond. Tien jaar. Hoe snel kan het gaan. Shaffy, die schijnbaar weigert te sterven. Hoorbaar aan zijn liedjes die gespeeld blijven en die over nieuwe generaties verder zwerven. Kinderen van Shaffy kinderen geven het ook weer door.

In een klein anderhalf uur durend programma komen bekende, maar ook minder bekende stukken van Shaffy voorbij. Dit naast smeuïge anekdotes uit de monden van heren die dicht bij hem hebben gestaan.

Nico van der Linden (auteur van de Shaffy Song Books, bandlid in de jaren ’60) speelt vleugel. Sylvester Hoogmoed ( Shaffy biograaf van o.a. “We zien wel” ) levert zijn unieke bijdragen over het leven van ons nationaal icoon. Gerard heeft weer andere heerlijke anekdotes.

Meer informatie:

Vanaf de indrukwekkende opname van Laat me / Vivre met Liesbeth List in 2005, speelde Alderliefste als begeleidingsband tot aan Shaffy’s dood. Er ontstond vriendschap. Shaffy eren en zijn repertoire levend houden vormen de rode draad van deze avond.

Er wordt gecollecteerd voor de Maag Lever Darm Stichting

Foto’s:

“Deze dag komt nooit meer terug”

De opname zit erop. Ik breng Shaffy weer thuis. 2005.
Ramses en Nico

Sylvester Hoogmoed

Interview met Sylvester Hoogmoed 2007

We spreken elkaar in Café Luxembourg, aan het Amsterdamse Spui. Naast ons tafeltje staat de piano waarop Ramses speelde tijdens zijn allereerste optreden met Alderliefste, ergens in het midden van de jaren negentig. Gerard Alderliefste: “We traden hier iedere zondagmiddag op. Iemand die hem kende had ons gezegd dat ze hem eens zou vragen een keer te komen kijken. Dat gebeurde. We hadden ‘Laat me’ ingestudeerd, hij nam plaats achter de piano en zong mee. Daarna heeft hij nog ongeveer een half uur zo’n typisch Ramses-recital gegeven. Dat was onze eerste ontmoeting.”

– Hebben jullie elkaar in de jaren daarna vaker gezien?

“Nee, de eerstvolgende ontmoeting was in september 2005, toen we met hem de single Laat me/Vivre opnamen, in studio Stu-stu-Studio van Henk Temming en Sander van Herk, in Loenen aan de Vecht. We hadden hem daarvoor gevraagd en hij wilde wel meedoen. Het contact was meteen goed! Ik haalde hem op in mijn 2CV. ‘Maar dit is een Citroën!,’ zei Ramses. Op de terugreis was de eerste kniemassage al een feit.“

– Behalve muzikant ben je ook verslavingsarts. Hoe kijk je aan tegen het alcoholgebruik van Ramses?

“Het een wonder hoe hij er nog bij zit. Alcohol is een gif. Niet als je twee glaasjes neemt per dag, maar wel als het er meer dan zes worden. Ramses heeft absoluut teveel gezopen, ‘gezondheidstechnisch’ gesproken. Maar hij is een hele sterke alcoholicus. Hij is flink uitgedeukt de laatste jaren, is zelfs weer vooruitgegaan. Zoals wij hem in Zwolle zagen optreden, dat was ongekend. Dat hij zoveel bronnen weer aanroerde in zijn hersenen; hij had het bijvoorbeeld over hotel de Buunderkamp in Wolfheze, waar hij ooit geweest is. Dat zijn details die je bij iemand met Korsakov niet zou verwachten. Eerlijk gezegd betwijfelde ik altijd of hij onze voornamen kende – hij had het altijd alleen over Alderliefste – maar in Zwolle noemde hij ze ineens, toen hij ons bedankte: Gerard, Arnd, Luc… Dat hij onze namen kan reproduceren betekent dat hij nieuwe gegevens kan inprenten, dat hij dus nog flink wat grijze cellen over heeft. Als hij Korsakov heeft, dan in ieder geval niet volledig. Hij heeft ook wel eens geroepen tijdens een interview, wanneer een journalist te lang doorging op ‘kun je dit nog’ en ‘kun je dat nog’: ‘Ik ben echt niet dement hoor!’ Dat is hij ook helemaal niet.”

– Er mensen die vinden dat hij maar eens moet stoppen met optreden, op zijn leeftijd – zoals dat ook over The Rolling Stones gezegd wordt en eigenlijk iedereen boven de zestig. Wat is jouw reactie daarop?

“Wij zijn daar heel alert op. Wanneer hij lallend op het podium zou staan, het niet meer zou trekken, dan zouden we acuut stoppen. Ik zeg heel eerlijk: bij de eerste twee minuten van ‘Laat me’ tijdens ons optreden in Venlo dacht ik ook even: ‘Kan dit nog wel?’ Maar vervolgens viel het weer reuze mee, met prachtige improvisaties. En een paar dagen daarna, in Zwolle, was het fantastisch! Die man geniet, het publiek geniet! Laat hem dan in Venlo een keer foutjes maken. Láát hem!”

– In Venlo begon Ramses vrijwel meteen te improviseren, zonder zich om zijn teksten te bekommeren. Hoe spelen jullie daarop in?

“Als begeleidingsband heb je het dan zwaarder, om het een beetje te structureren. ‘Doe nou één coupletje je tekst,’ vroeg ik. Ik vind het leerzaam: wij denken in een melodie en een tekst van a tot z en dat is dan een liedje. Maar hij gebruikt het liedje als het medium om er te zijn, om te improviseren, met de mensen plezier te hebben. Feitelijk is Ramses een ontzettende jazzmusicus, een hele vrije jongen. Wij hebben dat iets minder, maar ik denk dat we daarmee wel een leuke combinatie hebben. De akkoorden die hij speelt, die bewonder ik enorm. Het is niet te evenaren, dat blijft overeind.”